Participatie is een groots begrip dat voor alles en nog wat wordt gebruikt. Om te voorkomen dat we langs elkaar doorspreken maakt VVJ het onderscheid tussen beleidsparticipatie en vrijetijdsparticipatie.
Deelhebben en deelnemen
Je kan het onderscheid maken tussen actieve participatie, of het ‘deelhebben’ aan iets, en passieve participatie, het ‘deelnemen’ aan iets.
- Deelnemen verwijst naar het meedoen aan activiteiten (als gebruiker of publiek) of naar lidmaatschap van een vereniging of gebruiker van een dienst.
- Deelhebben verwijst naar het beïnvloeden van het beslissingsproces en houdt dus mede-eigenaarschap in van het aanbod.
Lokaal jeugdbeleid en vrijetijdsparticipatie
Vrijetijdsparticipatie vertaalt zich in de praktijk vaak in een lokale afsprakennota tussen OCMW, vrijetijdsdiensten en armoedeverenigingen. en die zien we geregeld vertaald in vrijetijdspassen. Het is belangrijk dat alle initiatieven die je neemt kaderen in een breder participatiebeleid. Een beleid dat niet enkel het aanbod financieel aantrekkelijker maakt, maar dat ook andere drempels (psychologische drempels, informatiedrempels…) wegneemt. Bovendien is er aan participatie een gemeenschapsvormend aspect verbonden waar ook het aanbod zelf schatplichtig aan is. Niet de activiteiten op zich zijn belangrijk, maar de betekenis daarvan voor de mensen zelf. Participatiebeleid schenkt bijzondere aandacht die een kloof ervaren tussen zichzelf en de gemeenschap. Dit maakt ook dat het participatiedecreet zich sterk richt op de participatie van mensen in armoede.
