home | vorige | print deze pagina |
U bevindt zich hier: Beleid & prak... > Geïntegreerd ... > Jeugd & cultuur > Jeugdcultuur ...

Jeugdcultuur onderzocht

De verhouding tussen jeugdcultuur en overheid is al altijd eigen-aardig geweest. Jongeren zetten zich af tegen van alles en nog wat en jongerencultuur behoort daarom tot de underground. Toch wordt jongerencultuur ook als hip en vernieuwend beschouwd en kan het daarom op veel belangstelling rekenen. Uitingen van jongerencultuur vertellen een overheid wat er bij de jonge doelgroep leeft en geeft grondstof voor een passend jeugdbeleid.

 

Hoewel het weinig vanzelfsprekend is om een onderzoek te voeren naar de beleidsondersteuning van jeugdculturen schreef de afdeling Jeugd en Sport daarvoor in oktober 2001 een onderzoeksproject uit. Onder leiding van Bart van Bouchaute, docent aan de Artevelde Hogeschool in Gent, zetten de onderzoekers zich aan het werk om het beleid inzake jeugdculturen van de diverse overheden in Vlaanderen door te lichten en suggesties voor een beter beleid te geven. Er werden gesprekken gevoerd met jongeren, ambtenaren, politici en experts. De resultaten werden via een kwalitatief dataverwerkingsprogramma gebundeld waarbij interviewfragmenten en thema’s aan elkaar werden gelinkt. Het onderzoek loopt ondertussen op z’n laatste benen en binnenkort wordt het eindrapport verwacht.

 

In het eindrapport wordt het begrip jeugdcultuur uitgebreid becommentarieerd en in al z’n spanningen afgewogen. Ook de betekenis van jeugdcultuur voor jongeren en de samenleving en de rol van de overheid rond jeugdcultuur wordt beschreven. Moet de overheid zich actief of eerder terughoudend opstellen? Nadien wordt in grote lijnen de huidige beleidsinitiatieven op lokaal, provinciaal en Vlaams niveau opgesomd. Deze voorlopige besluiten van het onderzoek moeten nog getoetst worden maar we lichtten het deksel al even van de pot en pikten er enkele conclusies uit.

Een gelaagd begrip

Jeugdcultuur blijkt allesbehalve een éénduidig begrip. Beleidsmakers, experts als jongeren hanteren duidelijk verschillende omschrijvingen maar er is wel een min of meer gemeenschappelijke impliciete brede definitie van jeugdcultuur: “jongeren eigenen zich elementen uit de (algemene) cultuur toe en koppelen hier een specifiek jeugdgedrag  – vaak in de openbare ruimte – aan”.

Tijdens de gesprekken werd gewaarschuwd voor een te smalle focus op specifieke uitingsvormen of erg zichtbare subculturen. Toch worden ook specifieke projecten of platforms niet radicaal afgewezen. In het volwassen culturele veld wordt het onderscheid tussen het brede culturele en het smalle artistieke domein veel gemaakt. Bij jongeren wordt onder de noemer jeugdcultuur zowel de brede leefwereld als het smalle jeugdartistieke gevat.

De rol van de overheid

Bij alle actoren vonden de onderzoekers argumenten voor een actieve rol van de overheid, zowel om de kwaliteit en diversiteit van het aanbod te stimuleren en mogelijkheden tot participatie te bevorderen. Opvallend is de terughoudendheid bij jongeren tegenover de overheid. Ze brachten verschillende argumenten aan voor een bescheiden interventie van de overheid op het domein van jeugdcultuur. Vooral het gevaar van betutteling, recuperatie en controle werd in discussies beklemtoond. Bovendien berust jeugdcultuur – zo zeggen veel respondenten – op plezier en ongebondenheid.  Beleid heeft de suggestie van saaiheid, van gebondenheid aan voorschriften en regels, aan begeleiding en verantwoording. Dat staat op gespannen voet met elkaar.

Nood aan een duidelijke opdrachtverklaring

Er is de duidelijke vraag dat overheden een mission statement uit zouden schrijven. Jongeren, jeugdcultuurwatchers en partners uit de wereld van kunst en cultuur kunnen hierin een bijdrage leveren. Een opdrachtverklaring zal een antwoord moeten bieden op een aantal vragen zoals: Waarom is jeugdcultuur belangrijk (genoeg) om er beleid over te ontwikkelen? Wat is de visie op jeugdcultuur en op de rol van de overheid? Waar wil de overheid op lange termijn naar toe? Wie wil de overheid als partner in de ontwikkeling en uitvoering van dat beleid betrekken? Wat zijn de grote lijnen in de acties die de overheid wil ondernemen? 

Succesvolle beleidsoriëntaties

De onderzoekers peilden bij de verschillende actoren naar mogelijk succesvolle initiatieven. Volgende grote beleidsoriëntaties werden door de meeste actoren gedeeld:

·         Prospecteren of detecteren: voeling houden met de jongeren en jeugdcultuur, ontwikkelingen volgen en onderzoek op dit domein organiseren. Er dient wel een onderscheid gemaakt naar de rol van de verschillende beleidsniveaus op het vlak van prospecteren en detecteren.

·         Faciliteren: enerzijds in de betekenis van voorwaarden creëren inzake infrastructuur, personeel, logistiek, financies of informatie en anderzijds een gunstig klimaat scheppen; een goede ondertoon creëren, een correcte beeldvorming stimuleren, voorwaardenscheppende maatregelen naar voren schuiven die een psychische ruimte moeten creëren op het vlak van jeugdcultuur.

·         Actief ondersteunen met subsidies, projecten, eigen initiatieven.

·         Platform bieden voor creaties van jongeren.

·         Marktcorrecties doorvoeren: deze correcties worden begrepen als leemtes aanvullen, toegankelijkheid verhogen, impulsen geven voor nieuwe initiatieven en zwakke vormen ondersteunen.

·         Netwerkvorming stimuleren: contacten, uitwisseling, expertise bevorderen. Deze netwerkvorming moet gestimuleerd worden bij alle actoren, waaronder jongeren, organisaties, ambtenaren en politici. Netwerking kan enkel ondersteunend werken met betrekking tot de zaken waar de verschillende actoren mee bezig zijn.

·         Beleidscommunicatie : communicatie over de beleidsinitiatieven naar jongeren blijkt een groot aandachtspunt.

·         Participatie : de meeste deelnemers zijn het er over eens dat een beleid inzake jeugdcultuur permanente samenspraak met jongeren en heel veel flexibiliteit veronderstelt.

 

Opvallend was dat vooral prospectie en een platform bieden wat bleekjes uit de verf kwamen. Veel actoren hebben de indruk dat die belangrijke opdrachten door overheden wat zijn verwaarloosd.

Jongeren als mede-eigenaar

De onderzoekers hoorden sterke pleidooien voor jongeren als mede-eigenaar van beleid. Verschillende actoren haken die participatiegedachte vast aan de verschillende stappen van de beleidsontwikkeling: van het formuleren van een mission statement, het uitdenken en realiseren van beleidsinitiatieven, de bekendmaking en peer-communicatie, tot en met het gezamenlijk beheren van infrastructuur.


Die sterke oproep tot gedeelde verantwoordelijkheid – vooral vanuit politici – lijkt ons toch niet zo evident.  De ongebondenheid van jeugdcultuur klikt niet zo best met het regelende van het overheidsbeleid. Er is altijd het spel van ontsnappen aan controle en vaste kaders. Jeugdculturen situeren zich vaak net op of over de grens van wat maatschappelijk aanvaard is en wettelijk toegelaten.  Het delen van verantwoordelijkheid kan leiden tot een verwatering en verbraving van spannende jeugdinitiatieven, of omgekeerd tot een compromitterende betrokkenheid van overheden.
LEESVOER
  • Pocket – cultuurbeleidsplanning in de gemeente
  • Cultuurkijker – aanzetten voor cultuuronderzoek in Vlaanderen
  • Routeplanner voor amateurkunsten en scw in lokaal cultuurbeleid
    Meer leesvoer >


    LINKS
  • Kunstbende
  • CultuurLokaal
  • PopPunt
    Meer links >