Tot nu betaalden heel wat jeugdverenigingen of eigenaren van gebouwen die onderdak verschaffen aan jeugdwerk, zelfs gemeenten, jaarlijks nodeloos onroerende voorheffing. De voornaamste reden hiervoor was dat het verkrijgen van de bijhorende vrijstelling jaarlijks moest hernieuwd worden. Dikwijls loopt deze belasting op tot enkele honderden euro’s per jaar.
De Vlaamse belastingsdienst maakt nu het een en ander éénvoudiger voor het jeugdwerk. We zetten even alles op een rijtje.
Wat is 'Onroerende voorheffing'?
De onroerende voorheffing is een jaarlijkse belasting op onroerende goederen, meer bepaald gebouwen en gronden, die berekend wordt op het geïndexeerde kadastraal inkomen van onroerende goederen. Een eigenaar, vruchtgebruiker, bezitter, erfpachter of opstalhouder van een gebouw of een grond is in principe belastingplichtig en moet daarom jaarlijks deze onroerende voorheffing betalen.
Wat heeft dit met jeugdverenigingen en ondersteuning jeugdwerk te maken?
Als dit gebouw echter wordt “bewoond” door een jeugdvereniging, dan kan de belastingplichtige worden vrijgesteld van onroerende voorheffing.
Het is de belastingplichtige zelf die het aanslagbiljet voor onroerende voorheffing in de brievenbus krijgt en deze dus moet betalen.
- Ofwel is een jeugdvereniging (vzw of feitelijke vereniging) zelf eigenaar, vruchtgebruiker, bezitter, erfpachter of opstalhouder van een pand en dus belastingplichtige. In dit geval kan de jeugdvereniging zelf dus vrijgesteld worden van onroerende voorheffing.
- Ofwel huurt of gebruikt de jeugdvereniging (vzw of feitelijke vereniging) het gebouw van een privé-persoon, een parochiale of dekenale vzw, een school… In dit geval is de eigenaar belastingplichtige en kan die worden vrijgesteld.
Zelfs voor een eenvoudig jeugdlokaal loopt deze belasting vaak op tot enkele honderden euro’s per jaar!
De moeite dus om als jeugdvereniging een vrijstelling aan te vragen!
De moeite dus om als jeugddienst hier goed rond te communiceren. Je kan hier zonder 1 cent gemeentelijke middelen te spenderen, het jeugdwerk een financieel duwtje in de rug te geven.
Bovendien stimuleer je hierdoor eigenaars om blijvend hun gebouwen ter beschikking te stellen van jeugdwerk.
De Vlaamse Belastingdienst maakt momenteel onderscheid tussen 4 groepen jeugdverenigingen met elk hun eigen systeem:
GROEP 1: Jeugdverenigingen die aangesloten zijn bij een jeugdwerkkoepel
GROEP 2: Jeugdverenigingen die NIET zijn aangesloten bij een jeugdwerkkoepel, maar WEL erkend zijn of gesubsidieerd worden door een gemeentelijke of provinciale overheid
GROEP 3: Jeugdverenigingen die NIET zijn aangesloten bij een jeugdwerkkoepel, en NIET erkend zijn of gesubsidieerd worden door een gemeentelijke of provinciale overheid
GROEP 4: geen vrijstelling voor jeugdverenigingen mogelijk als...
Meer info over deze 4 groepen vind je hier.
Wat kan de rol van de jeugddienst zijn in de vrijstellingsmogelijkheid voor jeugdverenigingen in aanslagjaar 2012?
Communiceren naar de jeugdverenigingen die aangesloten zijn bij een koepel (GROEP 1°):
- Je brengt hen, nog in januari 2012, op de hoogte van de mogelijkheid tot vrijstelling en de hierbij horende vereenvoudigde procedure want
- De deadline om dit aanvraagformulier in te vullen ligt op: 14 februari 2012
Ter informatie: de koepels communiceren dit ook.
Communiceren naar de erkende/gesubsidieerde jeugdverenigingen die NIET zijn aangesloten bij een koepel (GROEP 2):
- Je brengt deze verengingen op de hoogte van de mogelijkheid tot vrijstelling + de procedure eenvoudig bezwaarschrift, in april 2012 (vanaf mei 2012 stuurt de Vlaamse Belastingdienst aanslagbiljetten en staan jeugddiensten, eigenaars en jeugdverenigingen best klaar om een eventueel bezwaarschrift in te dienen)
- Deadline voor het bezwaarschrift (met verklaring) indienen: 3 maanden na aanslagbiljet
Maak een document op dat de gemeentelijke erkenning bevestigd/staaft
- Tegen eind april 2012: “verklaring vrijstelling onroerende voorheffing” opmaken voor erkende/gesubsidieerde jeugdverenigingen die NIET zijn aangesloten bij een koepel
Ook een gemeente, als eigenaar van jeugdwerkinfrastructuur, kan beroep doen op deze procedures
- Het beste is om voor de gebouwen ter beschikking gesteld door gemeenten aan jeugdverenigingen ook een vrijstelling aan te vragen in kader van artikel 253, 1° (op basis van gebruik voor “onderwijs”) en niet in kader van artikel 253,3° (nationaal domeingoed).
Zal de vereniging sowieso worden vrijgesteld als je een aanvraag of bezwaarschrift indient?
Neen!
Als de belastingdienst één of meerdere van volgende zaken vaststelt:
- de jeugdvereniging/jeugdwerkorganisatie streeft wel winstbejag na
- het systematisch karakter van het onderwijs kan niet worden aangetoond
- de hoofdzakelijke bestemming van de onroerende goederen tot didactische doeleinden kan niet worden bewezen
…kan de vrijstelling voor onroerende voorheffing geweigerd worden.
Het staat de Vlaamse Belastingdienst vrij om bijkomende bewijsstukken op te vragen. Het feit dat je bent aangesloten bij een jeugdwerkkoepel, erkend bent door een gemeentelijke of provinciale overheid of gesubsidieerd wordt via het geldende subsidiereglement jeugd, is een indicatie voor de Vlaamse Belastingdienst om een vrijstelling toe te kennen. Als de Vlaamse Belastingdienst in vraag stelt of je echt voldoet aan de voorwaarden, kunnen er extra bewijsstukken worden opgevraagd.
Op welke regelgeving en omzendbrieven is deze vrijstelling gebaseerd?
Zie www.jeugdlokalen.be/onroerendevoorheffing
